Bel voor een afspraak 0513-436034     

 
LinkedIn ballon 

Stotteren en broddelen

De rol van de logopedist

Stotteren is een aanleg tot ontregeling van de spraakmotorische processen. Denk hierbij aan ademhaling, stemgeving en articulatie. Emoties, gedachten en omgevingsfactoren rond het spreken hebben hierop invloed. Stotteren begint meestal bij kinderen tussen de twee en zeven jaar. Maar het kan zich ook op latere leeftijd of in de puberteit ontwikkelen. Bij een grote groep kinderen gaat stotteren vanzelf over. Maar bij sommige kinderen is behandeling door een logopedist of stottertherapeut nodig. Het is dan belangrijk om snel met therapie te beginnen. Dit verhoogt de kans op herstel. Met de Screenings Lijst voor Stotteren (SLS) kunt u onderzoeken of verwijzing naar een logopedist geïndiceerd is.

Wat doet de logopedist bij stotteren?
De logopedist zal onderzoek doen naar het stotteren. Ze kijkt naar problemen op het gebied van spraakmotoriek, naar emotionele factoren, omgevingsfactoren of combinaties daarvan. Doel is om te bepalen hoe het stotteren zich heeft ontwikkeld en in welke fase het zich bevindt. Dit zijn uitgangspunten voor een behandelplan. Bij kinderen worden de ouders/verzorgers en vaak ook het gezin bij de behandeling betrokken. Soms bestaat de begeleiding uit indirecte therapie, waarbij de omgeving van het kind voorlichting en adviezen krijgt. Het kind kan ook zelf direct behandeld worden, maar niet zonder medewerking van zijn omgeving.

Voor kinderen zijn er twee gangbare stottertherapieën mogelijk:
  • Behandeling volgens het Demands and Capacity model. Hier wordt naar een balans gezocht tussen de mogelijkheden die het kind heeft m.b.t. communicatie en de verwachtingen die er bestaan vanuit het kind en zijn omgeving.
  • Behandeling volgens Lidcombe. Dit is een gedragstherapeutische behandelmethode waarbij men uitgaat van vloeiende spraak. Het kind wordt geholpen de vloeiende spraak die er al wel is te herkennen en uit te breiden totdat het (vrijwel) geheel vloeiend kan spreken. Deze tweede methode kan alleen uitgevoerd worden door een logopedist die hierin geschoold is.
Bij volwassenen bij wie het stotteren zich al verder ontwikkeld heeft richt de behandeling zich op:
  • Factoren die van invloed zijn op het totale stotterprobleem: emoties, gedachten en omgeving.
  • Wanneer deze niet zoveel invloed hebben op het stotteren, wordt het accent van de behandeling meer verschoven naar vloeiendheidstraining. Hierbij kan gedacht worden aan het aanleren van spreektechnieken.
Wat doet de logopedist bij broddelen?
  • Bij risicokinderen kan samenwerking of overleg met een remedial teacher zinvol zijn. Dit zijn kinderen bij wie een late of vertraagde spraakontwikkeling wordt geconstateerd en bij wie broddelen in de familie voorkomt. Ook kan dit gelden voor kinderen met lees- en spellingproblemen. 
  • Bij (jong)volwassenen richt de behandeling zich vooral op bewustwording van de eigen spraak, uitspraaktraining, training in correct formuleren en ritme- en intonatietraining. Het resultaat van de behandeling hangt, naast de ernst van het broddelen, af van doorzettingsvermogen, concentratievermogen en motivatie.